Je hebt vast al gehoord van de Australian Labradoodle — maar wat is nu eigenlijk het verschil met een gewone labradoodle? En welke is beter? We zetten 8 echte verschillen op een rij en geven je een eerlijk verdict.
Eerst: wat zijn ze precies?
- Gewone labradoodle: een eerste- of latere generatiekruising van een labrador retriever en een (miniatuur)poedel. Relatief eenvoudig te fokken, minder consistent in type.
- Australian Labradoodle: een hond die is gefokt via een gecontroleerd fokprogramma dat in de jaren 1980 in Australië is ontwikkeld. Naast labrador en poedel kunnen ook Ierse Water Spaniel en Engelse Cocker Spaniel in de stamboom zitten.
Verschil 1: Consistentie in vacht
De Australian Labradoodle wint hier duidelijk. Door generaties van zorgvuldige selectie is de vacht — fleece of wol — veel voorspelbaarder. Bij een gewone F1-labradoodle kan de vacht van pup tot pup sterk verschillen: soms recht, soms licht golvend, soms strak gekruld.
Verschil 2: Hypoallergene eigenschappen
Beide rassen worden als “hypoallergeen” gepromoot, maar de Australian Labradoodle scoort hier betrouwbaarder. De consistentere vacht zorgt voor minder verharing en minder verspreiding van allergenen. Let op: 100% allergievrij bestaat niet bij welk ras dan ook.
Verschil 3: Karakter en temperament
Door selectie op karakter over meerdere generaties heeft de Australian Labradoodle een stabieler en voorspelbaarder temperament. Beide rassen zijn vriendelijk, maar bij F1-labradoodles is er iets meer variatie in energie en zelfstandigheid.
Verschil 4: Prijs
De Australian Labradoodle is duurder. Verwacht €500–€1.000 meer te betalen bij een erkende Australian Labradoodle fokker ten opzichte van een F1-labradoodle fokker. Die meerprijs reflecteert hogere fokkosten, gezondheidsonderzoeken en lidmaatschapsverplichtingen.
Verschil 5: Beschikbaarheid van erkende fokkers
Er zijn meer fokkers van gewone labradoodles dan van Australian Labradoodles, simpelweg omdat de ALAEU-eisen strenger zijn. Dat betekent dat de wachtlijst bij een erkende Australian Labradoodle fokker vaak langer is.
Verschil 6: Maten
Beide typen zijn beschikbaar in mini, medium en standaard. De Australian Labradoodle heeft iets striktere maatnormen, vastgelegd door de ALAEU. Bij gewone labradoodles is er meer variatie per nest.
Verschil 7: Erkenning
De Australian Labradoodle wordt erkend door de ALAEU en de ALAA (Australian Labradoodle Association of America) als een apart type met vaste fokstandaarden. De gewone labradoodle is geen erkend ras bij de FCI (Fédération Cynologique Internationale).
Verschil 8: Fokdoelstelling
De Australian Labradoodle is van origine gefokt als therapie- en hulphond. Zijn rustige, intuïtieve karakter maakt hem nog steeds populair in die rol. De gewone labradoodle is meer een gezelschapshond zonder specifieke fokdoelstelling buiten hypoallergeen en vriendelijk zijn.
Het verdict: welke kies jij?
- Kies een Australian Labradoodle als consistentie, hypoallergene eigenschappen en een stabiel karakter topprioriteit zijn — en je bereid bent te wachten en iets meer te betalen.
- Kies een gewone labradoodle (F1/F2) als je een wat goedkopere optie zoekt en het niet erg vindt dat vacht en karakter iets minder voorspelbaar zijn.
Beide zijn geweldige honden met een groot hart. Het verschil zit hem in consistentie en garanties — niet in liefde of gezelschap. Bekijk onze kwekersdirectory voor fokkers van beide typen.