Puppybijten is een van de meest voorkomende klachten in de eerste weken met een labradoodle pup. Kleine, scherpe tanden in je handen, armen of kleding – het doet pijn en lijkt niet op te houden. Toch is het normaal gedrag, en met de juiste aanpak stopt het snel.
Waarom pups bijten
Puppybijten – officieel mouthing of spelbijten – is geen agressie. Het is hoe pups de wereld verkennen, spelen en hun tandvlees verlichten tijdens de tandwisseling. In het nest leerden ze van nestgenoten hoe hard te bijten: een te hard hapje = gejank = het spel stopt. Dit leerproces heet bite inhibition (bijtremming).
Wanneer een pup bij jou woont, moet hij dit leren van jou. Jij bent nu zijn leermeester in bijtremming.
Wanneer is puppybijten normaal?
- 6 tot 16 weken: hoog niveau van spelbijten is normaal
- Tijdens de tandwisseling (3 tot 6 maanden): verhoogde kauwbehoefte door jeukend tandvlees
- Bij overprikkeling of vermoeidheid: een overprikkelde pup bijt harder
- Tijdens spel waarbij handen als speelgoed worden gebruikt
Na de tandwisseling – rond 6 tot 7 maanden – neemt spelbijten bij de meeste labradoodles sterk af als je consequent hebt gereageerd.
Wat werkt: effectieve technieken
Techniek 1: Hoge gil en spelstop
Zodra de tanden de huid raken: een korte, hoge gil of een luide “au!” – dan keer je je om en breek je het contact volledig voor 10 tot 20 seconden. Dit bootst de reactie van nestgenoten na. Herhaal consistent.
Techniek 2: Omleiden naar speelgoed
Houd altijd een kauwspeelgoed of touwbal bij de hand. Bijt de pup in je hand? Bied direct het speelgoed aan als alternatief. Zo leert hij: handen zijn voor aartsen, speelgoed is voor bijten.
Techniek 3: Time-out
Bij aanhoudend hard bijten: sta rustig op, verlaat de ruimte voor 30 tot 60 seconden. De pup verliest zijn speelgenoot – de sterkste straf voor een sociaal dier. Geen boosheid, geen lange preek. Gewoon vertrekken.
Wat NIET werkt
- Terugbijten of knijpen in de bek – vergroot angst en agressie
- Handen snel terugtrekken – dit triggert het jaagreflexe en maakt het spannender
- Lang bezig blijven met zeggen “nee” – de pup ziet dit als interactie en speluitnodiging
- Inconsistentie – als het soms mag en soms niet, leert de hond niets
- Wachten tot hij “er overheen groeit” zonder te reageren – bijtremming moet worden aangeleerd
Overprikkeling voorkomen
De meeste bijtincidenten happen bij een overprikkelde of vermoeide pup. Herken de signalen:
- Pup wordt steeds drukker en minder bereikbaar voor commando’s
- Ogen glazig, aanraking triggert bijten
- Hijgen terwijl hij niet warm is
Zet de pup op zulke momenten rustig in zijn bench voor een verplichte rusttijd. Vermoeid is overprikkeld – niet stout.
Wanneer is het echt zorgwekkend?
Puppybijten wordt zorgwekkend als: de pup diep bijt zonder te remmen, er sprake is van stijf lichaam, laag gegrom of gefixeerde blik voor het bijten. Dit is geen spelbijten meer maar iets wat professionele hulp vereist. Raadpleeg een gecertificeerde gedragsdeskundige.