Trucjes leren met je labradoodle is veel meer dan entertainment. Het versterkt de band, geeft mentale stimulatie en bouwt zelfvertrouwen op bij de hond. Labradoodles zijn dol op leren – hun intelligentie en werkdrang maken ze uitstekende leerlingen. Hier zijn 10 tricks die elke labradoodle kan leren.
Waarom tricks leren zo waardevol is
- Mentale vermoeidheid: 15 minuten tricktraining vermoeit net zo goed als een uur wandelen
- Betere gehoorzaamheid: honden die veel leren worden ook in andere situaties ontvankelijker
- Zelfvertrouwen: elke geslaagde trick vergroot het gevoel van competentie
- Samenwerkingsband: de hond leert naar jou te kijken voor richting
- Plezier: tricks zijn leuk voor hond en eigenaar
Basisprincipes van tricktraining
- Sessies kort houden: 3 tot 5 minuten, meerdere keren per dag
- Altijd eindigen met succes: sluit af met een makkelijke trick die de hond al kent
- Beloning direct na het gewenste gedrag – timing is alles
- Clicker of markeerwoord (goed!) voor precieze markering
- Geen frustratie – als het niet lukt, ga terug naar een eenvoudigere stap
10 tricks voor de labradoodle
1. Poot geven
Houd een snoepje in je gesloten vuist. De hond gaat poten – beloon zodra hij je hand aanraakt met zijn poot. Voeg het woord “poot” toe als hij het patroon begrijpt.
2. Andere poot
Als poot geven zit: vraag altijd de andere poot. Wend je iets af of wacht tot hij de andere poot geeft. Dit traint ook lateraliteit.
3. High five
Houd je vlakke hand omhoog ter hoogte van zijn poot. Zodra hij met zijn poot je hand aanraakt, markeer en beloon. Gradueel hoger houden.
4. Rol over
Vanuit “af”: beweeg de snoepjeshand van zijn neus langs zijn schouder naar zijn rug. De hond volgt de hand en rolt om. In kleine stappen opbouwen.
5. Speel dood (bang bang)
Vanuit “af” de hond op zijn zij lokken. Eenmaal liggend op zijn zij: markeer en beloon sterk. Voeg het woord “bang” toe en dan het pistoolgebaar.
6. Spin (rondje draaien)
Beweeg een snoepje in een cirkel rondom de neus van de hond zodat hij rondjes draait. Markeer bij een volledige cirkel. Links en rechts aparte commando’s leren.
7. Buig (bow)
De voorbenen zakken, achterkant blijft omhoog. Leid de neus omlaag tussen de poten terwijl je zijn achterkant lichtjes omhooghoudt. Mooi als afsluittruc.
8. Sprong door de hoepel
Begin met de hoepel op de grond. Lok de hond erdoorheen met snoepje. Verhoog geleidelijk. Een hoepel kost een paar euro en biedt weken plezier.
9. Voorwerp ophalen bij naam
Leer de hond de naam van een specifiek speelgoed (bal, touwbal, piepbeest). Leg ze naast elkaar en vraag om het juiste. Dit traint geheugen en discriminatie.
10. Vrijheid (vrij lopen naast je zonder riem)
Niet echt een trick maar een vaardigheid: de hond loopt naast je zonder riem puur omdat hij daar wil zijn. Opgebouwd via heel-training: beloon zijn positie naast je been continu.
Tips voor gevorderd trickwerk
Als je de basis hebt, verken dan dog dancing (freestyle heelwork), object retrieval of zelfs lichte agilityobstakels. Er zijn ook trickdogcertificaten via organisaties als AKC (Trick Dog Title) en vergelijkbare Europese programma’s.